VAN DE VEEMARKT NAAR AGCO

VAN DE VEEMARKT NAAR AGCO

15 FEBRUARI 2016 

De veemarkt is opgericht in 1901 en sinds 6 jaar geprivatiseerd. Tussen 3-6 uur komen de koeien binnen, op topdagen wel 10.000, worden gewogen en geklassificeerd. 80% is voor locale markt en omringende landen. Koeien moeten minimaal 300 kg zijn en provisie van 4% wordt berekend over levend gewicht. Er zijn ruim 500 tussenpersonen. Een slachterij moet minimaal 60 km van de hoofdstad af liggen, dat schrijft de wet voor. Alleen de kleinere boeren leveren de koeien via de markt, de grotere hebben direct contact met de slachterijen. De koeien komen van een afstand tot ca 450 km en tijdens het transport verliezen ze 10% van hun gewicht. Om een eerlijke courtage te berekenen, worden de koeien aan het eind nog een keer gewogen. Men doet een bod en verkoper geeft akkoord of niet, bieden via internet kent men niet. Het is een mooi schouwspel en de (oud)vleesveehouders onder ons genieten des te meer. We vragen ons alleen wel af hoe lang dit nog zal bestaan.

Daarna door naar de andere kant van de stad, naar AGCO. De toegangswegen zijn goed. Paar keer stoppen om tol te betalen, maar voor de rest rijdt het lekker door. Dan gaan we van de snelweg af. Een paard en wagen komt ons tegemoet en de weg is dramatisch slecht. Even denk je dat je verkeerd bent, immers we zijn op weg naar de nieuwe fabriek van AGCO. We worden hartelijk ontvangen en krijgen een heldere uiteenzetting van de locale markt. Ze assembleren hier Valtra en MF met een capaciteit van 3500 trekkers en 5000 motoren per jaar. 95% is voor de locale markt. Export was lange tijd moeilijk door de laatste regering, zo ook import waardoor de meeste onderdelen in het land zelf worden gemaakt. Er zijn 70 dealers, sommige verkopen alleen Valtra, andere MF en Herford. Geïmporteerde onderdelen komen uit Finland (AGCO Power, m.n. electronica), Brazilië en USA. De toekomstplannen zijn vooruitstrevend want binnen afzienbare tijd gaan ze een eigen combinefabriek bouwen en starten ze met de bouw van de 4700-serie. De afgelopen jaren is de afzet gedaald naar zo’n 1500 trekkers per jaar vergeleken met Brazilië zo’n 40.000 per jaar terwijl de opbrengst hier hoger is. Emissienormen gelden hier nog niet, toch komen die er wel volgend jaar in Brazilië, waar overigens ook het R&D zit. Eigen spuitmachines zien ze nog niet zitten. Ze hopen met deze nieuwe regering dat import wat makkelijker wordt.

Gemiddeld worden de trekkers na ca 10 jaar/12.000 uren vervangen. De motoren die hier worden geassembleerd zijn de 3, 4 en 6-cilinders. Veel trekkers zijn relatief eenvoudig met nagenoeg geen electronica. De eigenaar, die je doorgaans niet op een trekker zult aantreffen, koopt geen extra luxe. Per pk moet je rekenen op ongeveer 500 USD. Alle trekkers hebben dezelfde modificatie. Reden is dat extra’s er bij de dealer worden opgezet omdat de boeren hier in korte tijd beslissen of ze een trekker willen en niet bereid zijn er maanden op te wachten. Veel trekkers hebben geen cabine omdat tot zo’n 3 jaar geleden het goedkoper/gebruikelijker was dat deze door derden werd gebouwd. Dat was goedkoper maar doorgaans van slechte kwaliteit. De prijzen liggen nu ongeveer gelijk waardoor er steeds meer met cabine de fabriek uit rijden. Gemiddeld zijn de trekkers 150-175 pk, maar dit neemt toe. Reserve-onderdelen kunnen doorgaans binnen 18 uur worden geleverd bij de dealer. De meeste worden per bus vervoerd, zeer zelden worden ze ingevlogen. Oogstwerkzaamheden worden hier voornamelijk door loonwerkers gedaan en die hebben doorgaans de meest cruciale onderdelen wel op voorraad.